Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
[geboortedatum] 2002.
éérstvragen moeten worden gesteld om dit te onderzoeken en dat
daarnapas wordt beslist of wordt overgegaan tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel.
allerechtmatigheidsvoorwaarden.
25 september 2024 niet is opgegeven in verband met het feitelijke vertrek, is dus uitsluitend te wijten aan het frustreren van dat feitelijke vertrek om, zoals door eiser aangegeven, oneigenlijke redenen. Dat de vrijheidsontneming heeft voortgeduurd was dus niet nodig geweest. Eiser is op grond van de te toetsen maatregel 11 dagen onrechtmatig in bewaring gehouden. De rechtbank zal bepalen dat aan eiser, gelet op alle concrete feiten en omstandigheden in deze procedure, een schadevergoeding toekomt van totaal 250,-.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 250,- te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750,00.