ECLI:NL:RBDHA:2024:16458
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit nareis aanvraag met oplegging nadere beslistermijn en dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en twee kinderen. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 28 april 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die door verweerder met drie maanden werd verlengd. Desondanks is er geen besluit genomen binnen de wettelijke termijn. Eiser stelde verweerder op 2 november 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 17 juni 2024 beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bijzonder geval bij nareisaanvragen en legt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn op van acht weken, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser ad €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd, en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen onder dreiging van een dwangsom.