ECLI:NL:RBDHA:2024:1653
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang asielzoeker
Verzoekster, een Syrische asielzoeker, had een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg vervolgens een voorlopige voorziening om te voorkomen dat haar opvangvoorzieningen tijdens de beroepsprocedure zouden worden beëindigd.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder zich niet verzette tegen het verzoek en dat er sprake was van onverwijlde spoed. Daarom werd het verzoek zonder zitting behandeld en als kennelijk gegrond toegewezen. Verzoekster mocht haar opvangvoorzieningen behouden tot een week na de uitspraak in de bodemprocedure.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €875. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het besluit tot beëindiging van opvangvoorzieningen wordt toegewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.