Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ghanese vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op 14 februari 2024. Hij verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank besloot het onderzoek zonder zitting te doen, gelet op de inhoud van het dossier.
Eiser stelde dat het voortduren van de bewaring in strijd is met de Terugkeerrichtlijn, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de wet, onder meer vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en onvoldoende voortvarendheid van verweerder. Ook voerde hij aan dat vanwege zijn medische situatie een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat deze gronden een herhaling zijn van eerdere procedures en dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. De maatregel van bewaring was tot het moment van onderzoek rechtmatig en het verlengingsbesluit van 9 augustus 2024 was in rechte onherroepelijk. De ambtshalve toetsing leidde niet tot een ander oordeel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.