ECLI:NL:RBDHA:2024:16675
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis bij haar echtgenoot. De aanvraag was ingediend op 19 december 2023 en verweerder had uiterlijk 18 juni 2024 moeten beslissen, maar heeft dat niet gedaan. Eiseres stelde verweerder op 7 augustus 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 28 augustus 2024 haar beroep in, dat tijdig werd geacht.
Verweerder voerde aan dat het FIFO-principe wordt toegepast voor de behandeling van nareisaanvragen en verzocht om aanhouding van de behandeling van het beroep of een ruime beslistermijn. De rechtbank wees dit af en oordeelde dat het beroep niet aangehouden wordt omdat de keuze voor FIFO geen overmacht vormt. De rechtbank stelde een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak vast waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 en veroordeelde verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50. Het verzoek om griffierechtvrijstelling van eiseres werd definitief toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 11 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.