ECLI:NL:RBDHA:2024:16677
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor haar echtgenoot. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiseres stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en dit schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 en veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 aan eiseres. Tevens worden de proceskosten van eiseres vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 11 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.