ECLI:NL:RBDHA:2024:16678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit nareis aanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar moeder. De aanvraag werd ingediend op 10 januari 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd, waardoor uiterlijk 11 juli 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiseres stelde de minister op 16 maart 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 26 april 2024 het beroep in, dat tijdig werd geacht. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de minister nog niet op de aanvraag heeft beslist, terwijl de ontvangst wel is bevestigd.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €7.500. Indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten en het griffierecht van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.