Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging voor haar echtgenoot en minderjarige kinderen. De aanvraag werd ingediend op 4 oktober 2023 en de minister had uiterlijk 2 april 2024 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig is ingediend en kennelijk gegrond is.
De rechtbank overweegt dat bij aanvragen om gezinshereniging voor houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. De rechtbank legt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat de minister aan eiseres een dwangsom van €100 per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 14 oktober 2024.