ECLI:NL:RBDHA:2024:16772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 18 april 2024 was opgelegd en op 13 september 2024 was opgeheven. Hij verzocht tevens om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank stelde vast dat zij de rechtmatigheid van de bewaring tot 6 september 2024 reeds had beoordeeld en toen had geoordeeld dat deze rechtmatig was. Daarom richtte de beoordeling zich uitsluitend op de periode na 6 september 2024.
Eiser stelde dat de bewaring vanaf 3 augustus 2024 onrechtmatig was vanwege onvoldoende voortvarendheid van verweerder bij het opstarten van een nieuwe laissez-passer-aanvraag na ontvangst van bericht van de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de periode daarvoor niet ter toetsing stond en in de relevante periode geen onrechtmatigheid was vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.