ECLI:NL:RBDHA:2024:12236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring met zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon geboren in 2005, is sinds 18 april 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder op 10 juni 2024 geoordeeld dat de maatregel tot die datum rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode na 10 juni 2024. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat de aanvraag voor een laissez-passer op 23 april 2024 is ingediend zonder reactie van Algerijnse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat ondanks het uitblijven van een reactie, er geen concrete aanwijzingen zijn dat het lp-traject zal mislukken. Bovendien werkt eiser niet actief mee aan zijn uitzetting, wat zijn eigen verantwoordelijkheid is. De ambtshalve toetsing bevestigt dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.