ECLI:NL:RBDHA:2024:14577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is sinds 19 april 2024 in vreemdelingenbewaring geplaatst op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen het voortduren van deze maatregel heeft eiser beroep ingesteld en tevens om schadevergoeding verzocht.
De rechtbank heeft het beroep getoetst aan de rechtmatigheid van de maatregel vanaf 1 augustus 2024. Uit het voortgangsrapport blijkt dat de Algerijnse autoriteiten de nationaliteit van eiser niet konden bevestigen, waarna een laissez-passer-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten is gestart. Ondanks het ontbreken van een laissez-passer is er volgens de rechtbank concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Tevens blijkt dat eiser niet actief meewerkt aan zijn uitzetting.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en dat eiser onvoldoende medewerking verleent om zijn uitzetting te bespoedigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.