ECLI:NL:RBDHA:2024:16781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
Eiser, een Algerijnse nationaliteit bezittende vreemdeling, werd op 18 april 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd op 13 september 2024 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot 6 september 2024 reeds rechtmatig was bevonden in een eerdere uitspraak. De beoordeling richtte zich daarom op de periode na 6 september 2024. Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld na ontvangst van een bericht van de Algerijnse autoriteiten op 3 augustus 2024, wat volgens hem de bewaring onrechtmatig maakte.
De rechtbank verwierp dit standpunt, omdat de periode tot 6 september 2024 niet ter toetsing stond en in de relevante periode geen onrechtmatigheid was vastgesteld. Ook ambtshalve zag de rechtbank geen reden om het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.