ECLI:NL:RBDHA:2024:16786
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier vanwege onvoldoende middelen en belangenafweging
Eiseres, een Amerikaanse nationaliteit houdende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De Minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de referent, op wiens middelen eiseres steunt, niet voldeed aan het middelenvereiste. De rechtbank bevestigt deze afwijzing omdat niet is aangetoond dat de referent daadwerkelijk en duurzaam over voldoende inkomen beschikt, ondanks dat hij eigenaar is van een vennootschap onder firma.
De rechtbank overweegt dat de door referent ingediende stukken onvoldoende objectief bewijs bevatten van daadwerkelijke inkomsten en dat de vaste lasten niet aantoonbaar door derden worden betaald. Het beroep op het arrest Chakroun slaagt niet omdat niet is aangetoond dat er geen beroep op de openbare middelen zal worden gedaan.
Daarnaast heeft de rechtbank de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro beoordeeld en geoordeeld dat de belangen van de staat en eiseres eerlijk zijn afgewogen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.