ECLI:NL:RBDHA:2024:16796
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen oplegging zwaar inreisverbod van tien jaar
Eiser, van Colombiaanse nationaliteit, is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor ernstige strafbare feiten waaronder een gewelddadige woningoverval, bezit van een vals paspoort en vuurwapen. Naar aanleiding hiervan heeft de minister een zwaar inreisverbod van tien jaar opgelegd.
De rechtbank beoordeelt dat de minister voldoende heeft onderbouwd dat eiser een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. De eerdere strafrechtelijke veroordelingen in Nederland, Colombia en Spanje en het ontbreken van verantwoordelijkheid voor zijn gedrag ondersteunen dit oordeel. Het goede gedrag van eiser in detentie weegt volgens vaste jurisprudentie slechts beperkt mee.
Eiser stelde dat hij een familie- en privéleven in Nederland en Spanje heeft opgebouwd en dat dit onvoldoende is meegewogen. De rechtbank stelt vast dat eiser deze familiebanden niet heeft onderbouwd met stukken en dat de minister niet verplicht was om navraag te doen bij Spaanse autoriteiten.
Ook de stelling dat het besluit onevenredig is en dat het inreisverbod beter door Spaanse autoriteiten kan worden opgelegd, wordt verworpen. De rechtbank oordeelt dat het besluit zorgvuldig is genomen en dat het inreisverbod pas ingaat na het verlaten van de Europese Unie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard.