Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 8 februari 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had Roemenië op 23 augustus 2023 verzocht de asielzoeker terug te nemen, en Roemenië had dit verzoek op 31 augustus 2023 aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege ernstige gebreken in de opvangomstandigheden in Roemenië en de frequente push-backs. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 december 2023, waarin is geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Roemenië wel geldt. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat in zijn specifieke geval sprake is van schending van internationale verplichtingen.
Daarnaast stelde eiser dat zijn broer, die de Nederlandse nationaliteit bezit, afhankelijk is van zijn zorg, een beroep op artikel 16 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een exclusieve afhankelijkheidsrelatie, mede omdat de broer al sinds 2017 medische problemen heeft maar voor zichzelf kan zorgen en deels in Turkije verblijft. Bovendien ontbreekt een schriftelijke verklaring van de broer dat hij door eiser verzorgd wil worden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Eiser kan worden overgedragen aan Roemenië en krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier S.S. van der Velde.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.