ECLI:NL:RBDHA:2024:16867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000 ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie legde op 28 september 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 8 oktober 2024.
Eiser stelde dat zijn recht op rechtsbijstand was geschonden en dat de minister niet had voldaan aan de informatieplicht. De rechtbank oordeelde dat eiser bewust afstand had gedaan van zijn recht op rechtsbijstand tijdens het gehoor en dat het ontbreken van volledige schriftelijke informatie over de gronden van bewaring niet leidde tot onrechtmatigheid, omdat eiser mondeling was geïnformeerd en niet feitelijk benadeeld was.
Verder voerde eiser aan dat hij te laat was uitgeplaatst en dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel dan bewaring. De rechtbank vond de minister voldoende gemotiveerd en achtte de gronden voor bewaring en het onttrekkingsrisico zwaarwegend. Ook de medische klachten en andere door eiser aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om het besluit te vernietigen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.