ECLI:NL:RBDHA:2024:16877
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De zaak betreft een beroep tegen de voortduring van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft de rechtbank geïnformeerd over de voortgang en verzocht om een rechtmatigheidsbeoordeling van de voortzetting van de bewaring.
Eiser betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend handelt bij de uitzetting naar Algerije, mede omdat er nog geen presentatie bij de Algerijnse autoriteiten heeft plaatsgevonden en de bewaring reeds vier maanden duurt. De rechtbank oordeelde echter dat de minister voldoende inspanningen heeft geleverd, waaronder meerdere rappelleringen op de laissez-passer-aanvraag en vertrekgesprekken met eiser.
De rechtbank concludeerde dat er geen zicht ontbreekt op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede gelet op recente cijfers over bevestigde nationaliteiten en afgegeven laissez-passer. Tevens is vastgesteld dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, ondanks deelname aan vertrekgesprekken.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.