Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 30 december 2022. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen dit niet noodzakelijk achtten en heeft het onderzoek gesloten.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn van 15 maanden, inclusief verlenging, is verstreken en dat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarom gegrond verklaard. De rechtbank legt de minister op binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, tot een maximum van €7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50. De rechtbank baseert haar oordeel op de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, en sluit aan bij jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over termijnen voor beslissingen op asielaanvragen.