ECLI:NL:RBDHA:2024:17051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor haar en haar dochters in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen, waardoor het beroep gegrond is verklaard.
De rechtbank stelt vast dat de minister de ontvangst van de aanvraag wel heeft bevestigd, maar geen inhoudelijke beslissing heeft genomen. Gelet op jurisprudentie acht de rechtbank dit een bijzonder geval waarbij een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De minister krijgt acht weken de tijd om alsnog een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier R. de Mul op 15 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.