ECLI:NL:RBDHA:2024:171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig besluit asielaanvraag en oplegging dwangsom
Eiser heeft op 10 maart 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft de beslistermijn eenmaal met negen maanden verlengd vanwege een groot aantal aanvragen, waardoor de nieuwe termijn op 8 juni 2023 zou eindigen.
Eiser stelde de staatssecretaris bij brief van 20 juni 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens werd op 25 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn was verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk gegrond en vernietigde het niet tijdig genomen besluit. Gelet op jurisprudentie werd een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,- opgelegd, en werd de staatssecretaris opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50. De uitspraak is gedaan door rechter J.L. Boxum en openbaar gemaakt op 10 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.