Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.E.C.M. Boerboom, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 november 2022 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening getroffen waardoor overdracht aan Polen werd geschorst.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Het ontbreken van een vertaling van het Pools patiëntdossier is niet onzorgvuldig omdat dit document niet relevant is voor de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt ten aanzien van Polen, ondanks zijn medische situatie en detentieomstandigheden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft recent bevestigd dat er geen structurele tekortkomingen zijn in de Poolse asielprocedure die overdracht verbieden.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat een lidstaat discretionaire bevoegdheid geeft om een verzoek toch te behandelen, slaagt niet omdat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die een overdracht aan Polen van onevenredige hardheid maken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser kan worden overgedragen aan Polen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en overdracht aan Polen is toegestaan.