Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beoordelingskader
Demir-arrest (ECLI:EU:C:2013:725) geoordeeld dat een nieuwe beperking op de toegang tot werkgelegenheid van Turkse staatsburgers niet in strijd is met de standstill-bepaling als deze rechtvaardiging vindt in een dwingende reden van algemeen belang. In het
Caner Genc-arrest (ECLI:EU:C:2016:247) is verduidelijkt dat een dergelijke nieuwe beperking geschikt, noodzakelijk en evenredig moet zijn. In diverse arresten is geoordeeld dat het bevorderen van integratie een dwingende maatregel van algemeen belang is. Bijvoorbeeld in het voornoemde
Caner Genc-arrest, in het
K. en A.-arrest (ECLI:EU:C:2015:453) en in het
B. tegen Denemarken-arrest (ECLI:EU:C:2021:660).
Toprak-arrest (ECLI:EU:C:2010:756). Daarin is geoordeeld dat een versoepeling van na de inwerkingtreding van de standstill-bepaling in beginsel niet mag worden teruggedraaid. Uit het hiervoor genoemde
Demir-arrest van latere datum moet echter worden afgeleid dat ook herinvoering van eerder afgeschafte beperkingen mogelijk is, wanneer het dwingende maatregelen van algemeen belang betreft.
Caner Genc-arrest is met zoveel woorden erkend dat het behalen van een inburgeringsexamen in het buitenland een onmiskenbaar nuttige integratiemaatregel betreft. Met wat eiser heeft aangevoerd over de concrete invulling van de huidige maatregel, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat aan de geschiktheid van die maatregel als zodanig moet worden getwijfeld.
K. en A.-arrest en dat eiser geen omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan de nieuwe regeling voor hem persoonlijk onevenredig zou uitpakken.
Yön-arrest (ECLI:EU:C:2018:632) geoordeeld dat het mvv-vereiste ook kan gelden voor Turkse staatsburgers die onder het associatierecht vallen. Het Hof heeft in dit arrest namelijk geoordeeld dat ook het beheer van migratiestromen een dwingend algemeen belang dient. Voorts is niet gebleken dat verweerder willekeurig omgaat met het vrijstellen van landen van het mvv-vereiste. De enkele omstandigheid dat enkele van deze landen in sociaal-economisch opzicht vergelijkbaar zijn met Turkije is daartoe onvoldoende. Verweerder heeft voldoende toegelicht dat de vrijgestelde landen in een andere relatie staan tot Nederland en een ander aandeel leveren in de instroom van immigranten. Uit de vrijstelling van het mvv-vereiste vloeit logischerwijze voort dat er geen plicht tot inburgering in het buitenland is, omdat anders deze vrijstelling zinledig zou worden. Verder kan de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 23 januari 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:622) waarop eiser zich heeft beroepen hem niet baten. Het ging in die zaak namelijk om de uitleg van het recht op gezinsleven, dat in deze zaak niet speelt.