Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1], eiser 1,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag was ingediend op 4 december 2023, met een beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden. De minister had uiterlijk 3 juni 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Het beroep is tijdig ingediend na een ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat aanhouding van de behandeling gerechtvaardigd is en stelt een termijn van acht weken voor de beslissing, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, en veroordeelt de minister tot betaling van verbeurde bestuurlijke dwangsommen en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsom op aan de minister voor het nemen van een besluit op de nareisaanvraag.