ECLI:NL:RBDHA:2024:17220
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor haarzelf en minderjarige kinderen. De aanvraag werd ingediend op 20 november 2023, waarna de minister de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 20 mei 2024 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 28 mei 2024 en het verstrijken van twee weken, diende eiseres op 12 juli 2024 haar beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en stelt een nadere beslistermijn vast van acht weken na verzending van deze uitspraak, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
De rechtbank legt een bestuurlijke dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, en stelt vast dat de minister reeds €1.442 aan dwangsommen heeft verbeurd. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €437,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en proceskosten.