ECLI:NL:RBDHA:2024:17319

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 oktober 2024
Publicatiedatum
24 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.39619
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbRichtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander

Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg op 2 oktober 2024 te horen dat hij geen tijdelijke bescherming krijgt en de bijbehorende rechten niet kan benutten. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening toe te kennen, zodat hij tijdens de bezwaarprocedure toch als tijdelijk beschermde wordt behandeld.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een spoedeisend belang, mede omdat de gemeente Tilburg had meegedeeld dat verzoeker op 21 oktober 2024 de opvang voor ontheemden moet verlaten. Verweerder stelde zich niet op tegen het verzoek. Daarom werd het verzoek toegewezen en het bestreden besluit geschorst totdat op bezwaar is beslist.

Daarnaast werd verzoeker vrijstelling van griffierecht toegekend wegens betalingsonmacht en werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 875. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker wordt behandeld als tijdelijk beschermde ontheemde gedurende de bezwaarprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.39619

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.H.T. van Boxmeer),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. Y.D. Ancion.

Inleiding

In het besluit van 2 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder medegedeeld dat eiser niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als ontheemde uit de Oekraïne en dat hij geen gebruik kan maken van de rechten die daarbij horen. [1]
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij gedurende zijn bezwaarprocedure wordt behandeld als ware hij in bezit van tijdelijke bescherming.
Verweerder heeft medegedeeld zich niet tegen toewijzing van het verzoek te verzetten.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van het verzoek wegens betalingsonmacht. Met het door verzoeker overgelegde formulier heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat hij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Uit de door verzoeker overgelegde correspondentie met de gemeente Tilburg blijkt dat de gemeente heeft medegedeeld dat verzoeker op 21 oktober 2024 om 16:00 uur de opvang voor ontheemden uit de Oekraïne moet verlaten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hieruit voldoende spoedeisend belang volgt.
4. De voorzieningenrechter ziet ook aanleiding om het verzoek toe te wijzen aangezien verweerder heeft medegedeeld zich daar niet tegen te verzetten. Verzoekers belang om de voorzieningen die horen bij de status van tijdelijk beschermde te behouden in afwachting van verweerders heroverweging op het bezwaar, weegt dan zwaarder dan verweerders belang bij de onmiddellijke uitvoering van het in bezwaar aangevallen besluit.
5. In de toewijzing van het verzoek bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • schorst het bestreden besluit totdat een besluit op bezwaar aan verzoeker bekend is gemaakt.
  • bepaalt dat verzoeker zolang wordt behandeld als een ontheemde uit de Oekraïne die tijdelijke bescherming geniet;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 21 oktober 2024 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022.