ECLI:NL:RBDHA:2024:17344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit nareis en oplegging nadere beslistermijn met dwangsommen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenoot en minderjarige kinderen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep is tijdig ingediend. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een nadere beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €7.500, opgelegd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 24 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een nadere beslistermijn van acht weken op met dwangsommen en veroordeelt verweerder tot betaling van bestuurlijke dwangsommen, proceskosten en griffierecht.