ECLI:NL:RBDHA:2024:17349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig beslissen op nareisaanvragen en oplegging dwangsommen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om machtigingen tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en verblijf als familie- en gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro voor zijn ouders en broers en zussen. Verweerder heeft de beslistermijn verlengd, maar heeft uiteindelijk niet binnen de wettelijke termijn besloten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is, en wijst het verzoek van verweerder om de behandeling aan te houden af. De rechtbank legt een nadere beslistermijn op van acht weken, met de mogelijkheid tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd.
Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en de griffierechten van €187. De uitspraak is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en het belang van zorgvuldige besluitvorming in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een beslistermijn van acht weken op en dwangsommen bij overschrijding.