ECLI:NL:RBDHA:2024:174
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank beveelt staatssecretaris binnen acht weken beslissing op asielaanvraag te nemen
Eiser heeft op 15 december 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Na herhaaldelijk uitblijven van een besluit heeft eiser meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft eerder al twee keer geoordeeld dat de staatssecretaris binnen acht weken een besluit moet nemen, maar deze verplichting is niet nagekomen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk gegrond is. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit. De rechtbank legt een dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000, omdat de staatssecretaris nog steeds niet aan de eerdere rechterlijke opdracht heeft voldaan.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op de asielaanvraag. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50. De rechtbank benadrukt dat de eerder opgelegde dwangsom onverminderd blijft gelden.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen en een dwangsom opgelegd bij overschrijding.