Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3]
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 31 oktober 2023, waarna verweerder de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 30 april 2024 een besluit verwacht werd. Deze termijn is verstreken zonder besluit, waarna eisers op 1 mei 2024 verweerder rechtsgeldig in gebreke stelden en op 22 mei 2024 beroep instelden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is. Gezien de bijzondere omstandigheden rond nareisaanvragen bij houders van een asielvergunning, wordt een nadere beslistermijn van acht weken opgelegd, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500, en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €437,50 en in de vergoeding van het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 24 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met dwangsommen bij overschrijding.