ECLI:NL:RBDHA:2024:17466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit nareis gezinsleden asielvergunninghouder
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenoot en minderjarige kinderen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 1 juni 2023 en verweerder had uiterlijk 30 november 2023 moeten beslissen, maar dit is niet gebeurd. Eiser stelde verweerder op 9 maart 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 16 mei 2024 het beroep in, tijdig volgens de Awb. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een nadere beslistermijn van acht weken op, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding.
Verweerder heeft inmiddels €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen verbeurd. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser ad €437,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met dwangsommen bij overschrijding.