ECLI:NL:RBDHA:2024:17473

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 oktober 2024
Publicatiedatum
28 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.31556
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk

De eiser heeft tegen het besluit van 8 augustus 2024, waarin de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling nam omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling, beroep ingesteld. Tijdens de zitting op 18 oktober 2024 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.

De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser geen gronden van beroep heeft ingediend, ondanks dat hij de mogelijkheid had gekregen dit te herstellen en was gewezen op de consequenties van het ontbreken daarvan. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen op de niet-ontvankelijkverklaring.

Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.31556
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen).

Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 18 oktober 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Eiser heeft geen gronden van beroep bekend gemaakt. Eiser is wel in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen en hij is er daarbij op gewezen dat het ontbreken van beroepsgronden kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Niet is gebleken van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten of omstandigheden als bedoeld in het arrest Bahaddar [1] , op grond waarvan de niet-ontvankelijkheidsverklaring achterwege zou dienen te blijven.
3. De rechtbank zal het beroep dan ook met toepassing van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren vanwege het ontbreken van de gronden van beroep.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Arrest van het Europees Hof voor de rechten van de mens van 19 februari 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494.