ECLI:NL:RBDHA:2024:17480
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, vermeerderd met een verlenging van drie maanden, een besluit genomen. Eiseres stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden zonder dat een besluit is genomen. Gelet op de aard van de aanvraag, namelijk gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning, wordt dit als een bijzonder geval beschouwd. Daarom wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek nodig is en schriftelijk aan eiseres wordt meegedeeld, in welk geval de termijn twintig weken bedraagt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.