ECLI:NL:RBDHA:2024:17481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding afgewezen
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring die op 27 september 2024 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. Eiser stelde dat het dossier onvolledig was, dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, en dat de minister onvoldoende voortvarend handelde.
De rechtbank oordeelde dat het dossier alle relevante documenten bevatte en dat een voortgangsrapportage in deze eerste beroepsprocedure niet gebruikelijk is. Verder werd geoordeeld dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, ondanks dat de laissez-passer nog niet was afgegeven, mede omdat eiser als met onbekende bestemming vertrokken was geregistreerd en de aanvraag nog niet compleet was.
Ten aanzien van de voortvarendheid stelde de rechtbank vast dat de minister op de zesde dag na inbewaringstelling rappelleren had verricht, een vertrekgesprek had gevoerd en ontbrekende vingerafdrukken had aangeleverd. Dit werd als voldoende voortvarend beschouwd, waarbij ook werd meegewogen dat de minister geen invloed heeft op de snelheid van de Algerijnse autoriteiten.
De ambtshalve toetsing bracht geen andere conclusie dan dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden was voldaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.