ECLI:NL:RBDHA:2025:807
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting naar Algerije
De rechtbank Den Haag heeft op 10 januari 2025 uitspraak gedaan over het voortduren van de maatregel van bewaring die op 27 september 2024 aan eiser is opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank beoordeelt of het voortduren van deze maatregel rechtmatig is en of eiser recht heeft op schadevergoeding wegens onrechtmatig voortduren.
Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting is omdat de laissez-passer (lp) aanvraag van 13 maart 2024 nog niet is toegekend en er geen aanwijzingen zijn dat de Algerijnse autoriteiten deze zullen verstrekken. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die stelt dat er in het algemeen wel zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn. Ook is een persoonlijke presentatie gepland en is de nationaliteit van eiser bevestigd.
Verder voerde eiser aan dat de minister onvoldoende voortvarend zou handelen. De rechtbank stelt dat de minister maandelijks vertrekgesprekken voert, regelmatig rappelleert bij de Algerijnse autoriteiten en dat het wachten op een schriftelijk akkoord gebruikelijk is. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de minister meer had moeten doen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.