ECLI:NL:RBDHA:2024:17565
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 13 april 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 4 oktober 2023 al een asielaanvraag in Bulgarije had ingediend. Bulgarije accepteerde het terugnameverzoek van Nederland op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor Bulgarije vanwege structurele tekortkomingen in de opvang en asielprocedure, waaronder slechte hygiëne, ongedierte, mishandeling en gebrek aan voorzieningen. Hij stelde dat Nederland de aanvraag onverplicht aan zich moest trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en recente aanwijzingen had geleverd die de hoge drempel van het arrest Jawo overschrijden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde recent dat Bulgarije kan worden vertrouwd. Persoonlijke ervaringen van eiser in detentie en opvang zijn niet relevant voor de overdracht, omdat hij nu gereguleerd wordt overgedragen.
De rechtbank concludeerde dat de slechte omstandigheden reeds zijn betrokken bij de beoordeling van het vertrouwensbeginsel en dat geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn aangevoerd die een onverplichte behandeling rechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.