Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
€ 7.500,-.
Beslissing
N. Ouahim, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 30 april 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister verlengde de beslistermijn met negen maanden, waardoor de uiterste beslisdatum op 30 juli 2024 lag. Eiser stelde de minister bij brief van 2 augustus 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 9 september 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn was verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. De minister had geen verweerschrift ingediend. Gelet op de toepasselijke wettelijke bepalingen en jurisprudentie oordeelde de rechtbank dat het beroep gegrond was.
De rechtbank vernietigde het niet tijdig genomen besluit en droeg de minister op binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom van € 100 per dag opgelegd met een maximum van € 7.500. Daarnaast werd de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser à € 437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd en de minister krijgt een dwangsom opgelegd.