ECLI:NL:RBDHA:2024:17742
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging EU-verblijfsrecht wegens ernstige bedreiging samenleving
Verzoeker, met de Poolse nationaliteit, is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf wegens zware mishandeling met een machete en poging daartoe. De minister beëindigde op 16 mei 2024 zijn EU-verblijfsrecht, beval onmiddellijke vertrek uit Nederland en verklaarde hem ongewenst. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 15 oktober 2024 en verleende verzoeker vrijstelling van griffierecht. De beoordeling richtte zich op de vraag of verzoeker een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. De minister baseerde het besluit op de aard en ernst van het misdrijf, het beperkte tijdsverloop sinds het delict en het ontbreken van voldoende gedragsverandering.
Verzoeker stelde dat hij geen actuele bedreiging vormt en dat de belangenafweging ten onrechte niet het belang van zijn reclasseringstraject betrok. De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister de belangen van verzoeker deugdelijk had meegewogen, dat het besluit niet onevenredige gevolgen heeft en dat de ongewenstverklaring rechtsgeldig is gebaseerd op de Vreemdelingenwet. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich op 29 oktober 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van het EU-verblijfsrecht en uitzetting is afgewezen.