ECLI:NL:RBDHA:2024:17752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank legt een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder moet beslissen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en de griffierechtvergoeding van €187. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie voor de motivering van de termijn en benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming bij gezinsherenigingsaanvragen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.