ECLI:NL:RBDHA:2024:17764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-België
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 22 oktober 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De rechtbank beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België kan worden toegepast, ondanks de aangevoerde rapporten en jurisprudentie die wijzen op tekortkomingen in de opvang en asielprocedure in België.
De rechtbank overweegt dat de minister in principe mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, tenzij sprake is van een fundamentele systeemfout die de hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt. Eiser heeft onvoldoende nieuwe feiten aangevoerd die afwijken van de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 13 maart 2024, waarin het vertrouwensbeginsel voor België werd bevestigd.
Ook de individuele omstandigheden van eiser, waaronder een overval in België, leiden niet tot het oordeel dat een overdracht naar België onevenredig hard zou zijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister de aanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister mag de asielaanvraag niet in behandeling nemen.