ECLI:NL:RBDHA:2024:179
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank beveelt staatssecretaris tot tijdige beslissing op asielaanvraag en legt dwangsom op
Eiseres diende op 25 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn eenmaal met negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen, waardoor de uiterste beslisdatum op 22 september 2023 kwam te liggen. Eiseres stelde de staatssecretaris bij brief van 26 september 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde vervolgens beroep in op 10 oktober 2023.
De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn inmiddels is verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig is. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000 oordeelt de rechtbank dat het beroep gegrond is.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de staatssecretaris de termijn overschrijdt. Tevens wordt de staatssecretaris opgedragen binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50.
Deze uitspraak is gedaan door rechter J.L. Boxum en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen 16 weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.