ECLI:NL:RBDHA:2024:17903
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit mvv-nareis, oplegging dwangsommen en proceskosten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, voor verblijf bij zijn vader. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De aanvraag werd ingediend op 14 december 2023 en verweerder had uiterlijk op 13 juni 2024 moeten beslissen, rekening houdend met een verlenging van de beslistermijn met drie maanden. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 9 juli 2024 en diende het beroep in op 20 augustus 2024, tijdig volgens de Awb.
De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen verweerder moet beslissen, tenzij nader onderzoek wordt ingesteld, waarna de termijn twintig weken bedraagt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen (€1.442), proceskosten (€437,50) en het griffierecht (€187).
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.