ECLI:NL:RBDHA:2024:17904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit mvv-nareis met oplegging dwangsommen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis, voor verblijf bij haar minderjarige zoon. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn van maximaal zes maanden (90 dagen plus drie maanden verlenging) is overschreden zonder besluit.
De rechtbank stelt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk aan eiseres wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden aan eiseres toegekend.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van de proceskosten van €437,50 en de vergoeding van het betaalde griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier E.C. Jacobs en openbaar gemaakt op 30 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot het nemen van een besluit binnen acht weken, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten en griffierecht.