ECLI:NL:RBDHA:2024:17905
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit mvv-nareis met oplegging dwangsommen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij zijn echtgenote. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat verweerder de beslistermijn van maximaal 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank stelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen. Gezien de bijzondere omstandigheden bij gezinshereniging bij asielvergunninghouders wordt een langere termijn dan twee weken toegestaan. De rechtbank bepaalt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 voor elke dag overschrijding van deze termijn. Verweerder is reeds bestuurlijke dwangsommen van €1.442 verschuldigd. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187 dat eiser heeft betaald. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 30 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.