ECLI:NL:RBDHA:2024:17922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Pensioenfonds geen belanghebbende bij premieovername WW-uitkering
Eiseres, een pensioenfonds, verzocht verweerder om premieovername van achterstallige pensioenpremies van failliete werkgevers op grond van artikel 61 van Pro de Werkloosheidswet (WW). Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiseres geen belanghebbende is. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat eiseres geen eigen en rechtstreeks belang heeft bij een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW. Het pensioenfonds is slechts als derde partij betrokken bij de dienstbetrekking tussen werknemer en werkgever.
Eiseres stelde dat zij als rechthebbende van de premiebetaling een vorderingsrecht heeft en verwees naar jurisprudentie en Europese richtlijnen ter onderbouwing. De rechtbank oordeelt echter dat de WW geen aanknopingspunten biedt om de positie van het pensioenfonds gelijk te stellen aan die van de werknemer en dat het pensioenfonds geen eigen vorderingsrecht heeft. Ook het beroep op zaakwaarneming faalt omdat eiseres niet concreet heeft gemaakt voor welke werknemers zij optreedt en niet voldoet aan de vereisten.
De rechtbank benadrukt dat het pensioenfonds wel een sterke positie heeft bij het innen van premies, maar dat het niet aan de rechter is om de wetgeving te wijzigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van het pensioenfonds wordt ongegrond verklaard omdat het geen belanghebbende is bij een WW-uitkering en geen eigen vorderingsrecht heeft op premieovername.