ECLI:NL:RVS:2023:936
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- G.T.J.M. Jurgens
- H.J.M. Besselink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woningbouw Perkpolder ondanks bezwaren Stichting Schone Polder
Het college van burgemeester en wethouders van Hulst verleende op 3 april 2020 een omgevingsvergunning aan Hulst aan Zee B.V. voor de bouw van 85 woningen in Perkpolder, onderdeel van een groter project met 250 woningen, een jachthaven en een restaurant. De Stichting Schone Polder maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de Stichting eveneens ongegrond.
De Stichting stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, evenals Hulst aan Zee B.V. met een incidenteel hoger beroep. De Raad van State behandelde de zaak op 19 januari 2023 en oordeelde dat de Stichting terecht als belanghebbende was aangemerkt, gezien haar statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden die gericht zijn op het milieu en leefomgeving in de westelijke Perkpolder.
De Raad verwierp het betoog van Hulst aan Zee B.V. over misbruik van procesrecht door de Stichting en ging niet mee in de stelling dat de Stichting geen bezwaar tegen het totale woningbouwproject zou hebben. Verder oordeelde de Raad dat de omgevingsvergunning terecht was verleend zonder aanvullende natuurtoestemming, omdat reeds een Wet natuurbeschermingsvergunning was verleend. Ook werden de bezwaren over financiële uitvoerbaarheid en toepassing van de Wet bibob verworpen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde zowel het hoger beroep van de Stichting als het incidenteel hoger beroep van Hulst aan Zee B.V. ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de omgevingsvergunning en verklaart het hoger beroep van de Stichting en het incidenteel hoger beroep van Hulst aan Zee B.V. ongegrond.