ECLI:NL:RBDHA:2024:17994
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig beslissen op machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en verblijf als familie- of gezinslid bij een referent met een asielvergunning.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van maximaal 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder besluiten te nemen. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister moet besluiten, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. De minister wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €187.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.