Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant], opposant,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak behandeld. De eerdere uitspraak van 2 oktober 2024 verklaarde het beroep van opposant niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend, aangezien de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken.
Opposant stelde dat hij mocht vertrouwen op de door de minister verstrekte informatie dat de beslistermijn uiterlijk op 4 juni 2024 zou verlopen. De rechtbank oordeelde echter dat de wettelijke beslistermijn leidend is en dat het feit dat de minister eerder zou beslissen geen invloed heeft op het moment van ingebrekestelling.
De rechtbank concludeerde dat de ingebrekestelling op 6 juni 2024 nog te vroeg was en dat er dus geen sprake was van een in gebreke blijven van de minister. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.