ECLI:NL:RBDHA:2024:18034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvragen machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op zijn aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn familieleden. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, een besluit genomen. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd met een maximum van € 7.500. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van € 1.442, proceskosten van € 437,50 en vergoeding van het griffierecht van € 187.
De uitspraak benadrukt het bijzondere belang van tijdige besluitvorming bij aanvragen om gezinshereniging voor houders van een asielvergunning en verwijst naar eerdere jurisprudentie ter motivering van de langere beslistermijn. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en openbaar gemaakt op 4 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder betaling van dwangsommen en proceskosten.