Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en moeder. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank behandelt het beroep zonder zitting en wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe.
De aanvraag werd ingediend op 24 januari 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd. De uiterste beslisdatum was 23 juli 2024, maar verweerder heeft niet tijdig beslist. Eiser stelde verweerder op 13 augustus 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 3 september 2024 het beroep in, dat daarmee tijdig is.
De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en legt op grond van de Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen onder dreiging van dwangsommen.