De minister heeft aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel van bewaring is inmiddels opgeheven.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of schadevergoeding toekwam. Hoewel de minister niet voldeed aan de informatieplicht uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, leidde dit niet tot onrechtmatigheid omdat eiser voorafgaand aan de bewaring mondeling geïnformeerd was over de gronden, een tolk aanwezig was, en hij kosteloos beroep kon instellen met een advocaat.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van de minister om eiser in bewaring te stellen zwaarder wegen dan het gebrek in de informatieverstrekking. Ook oordeelde de rechtbank dat de minister nog binnen de gestelde termijn werkt aan aanpassing van de informatiefolder. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard.